In het heetst van de strijd tegen kinderarmoede

Op een regenachtige dinsdagmiddag ontmoetten we kameraad Johan Van Biesen. Naast medekandidaat voor komende verkiezingen ook een zeer geëngageerd man want voorzitter van vzw Schulden op school. Je kan helaas de krant niet openslaan of je botst op een artikel over een stijgend aantal ouders die hun schoolfacturen niet betaald krijgen. En daar wil de vzw iets aan doen.

“Onze vzw zag twintig jaar geleden het levenslicht. Het toenmalig Aalsterse stadsbestuur zag een groeiend aantal onbetaalde schoolfacturen en trok aan de alarmbel. Zo ontstond vzw Schulden op school. We kregen subsidies en ons project werd uitgerold over heel Vlaanderen. We ontvangen tot vandaag jaarlijks 67.000 euro aan werkingsmiddelen, maar we geven zo een 200.000 euro uit. We rekenen dus op veel giften van bijvoorbeeld Music for Life. “


Onze medewerkers reizen letterlijk heel Vlaanderen rond om scholen te helpen in hun strijd tegen kinderarmoede.

“Met onze middelen zetten we twee fulltime mensen aan het werk en twee freelancers. Zij reizen heel Vlaanderen rond, op bezoek bij scholen met vragen over onbetaalde schoolfacturen. Soms zijn het korte samenwerkingsverbanden: een halve dag vorming over een specifiek thema, bijvoorbeeld. Maar met sommige scholen werken we veel intensiever samen. Zo loopt er nu over een periode van 2 jaar een project in alle scholen van Geraardsbergen.  Een zeer intensieve begeleiding die inspeelt op alle specifieke vragen van elke school.”

“In de twintig jaar dat we nu bezig zijn met ons project valt op dat scholen nood hebben aan kennis over de diensten en vrijwilligersorganisaties in hun buurt. Brugfiguren bieden daar al zeer veel hulp, maar het kan nog beter. Het is echt belangrijk dat scholen begrijpen dat een onbetaalde schoolfactuur een signaal is van onderliggende problemen. Je moet weten dat ouders de facturen van hun kinderen meestal als eerste betalen. Het moment dat zij dit niet meer doen, is de situatie dus meestal zeer ernstig.”


Om de kinderarmoede echt de wereld uit te helpen hebben we moedige politici nodig .

“Naast bewustmaking willen we de scholen ook instrumenten aanreiken om om  te gaan met armoede op school. We wisselen ook good-practices uit. Dingen die ze in andere scholen hebben uitgeprobeerd en goed werkten. Bijvoorbeeld: in vele lagere scholen organiseert men jaarlijks een verkeersveilige week en moeten leerlingen hun fiets meebrengen naar school. Die week zijn er vaak opvallend veel kinderen ‘ziek’. Het zijn kinderen die thuis geen fiets hebben. De school zou tweedehandsfietsen ter beschikking kunnen stellen voor de leerlingen die moeilijk zelf per fiets naar school kunnen komen. Dat is niet stigmatiserend, en geeft elk kind de kans om mee te doen.”

“We maken ons geen illusies. Onze vzw doet belangrijk werk, maar wij zorgen niet dat armoede verdwijnt. Om ervoor te zorgen dat effectief veel minder kinderen in de armoede moeten opgroeien, zijn echt beleidskeuzes nodig. Vanuit onze vzw adviseren wij dan ook twee erg belangrijke keuzes:

  • Een maximumfactuur in het middelbaar onderwijs. We zien nu dat sommige studierichtingen veel meer kosten dan anderen. Omdat je bijvoorbeeld materiaal nodig hebt dat je bij een andere richting niet moet aankopen. Het zijn vooral richtingen in het technisch en beroepsonderwijs die hiermee te kampen hebben. En dat zijn vaak ook de richtingen waar kinderen uit armere gezinnen terecht komen.
  • Stop de schuldindustrie in het onderwijs. Het is waar: facturen moeten betaald worden. Maar wie wordt er beter van incassobureaus die dik verdienen op de kap van mensen die het moeilijk hebben? Niemand, en al zeker de kinderen niet. Daarom vinden we met vzw Schulden op school dat geschillen moeten opgelost worden door de vrederechter.

Met onze expertise hopen we dat de politiek echt naar ons luistert. Dat is meteen ook de reden waarom ik me tevens kandidaat heb gesteld voor de volgende verkiezingen. Want elk kind heeft recht op een onbezorgd leven. “

Advertenties

In ziekte en gezondheid

Kim Alloo bruist van levenslust en enthousiasme. Van op de Oost-Vlaamse lijst voor het Vlaams Parlement van sp.a (8ste opvolger) spaart ze kosten noch moeite om op te komen voor vrouwenrechten en zorgzekerheid. En ze spreekt uit ervaring.

“In mijn pubertijd had ik veel pijnklachten, maar dat werd altijd aan banale dingen toegeschreven. Tijdens een reis naar Cuba op mijn 15de werden de problemen ernstiger, en bleek het om sarcoïdose (een soort van chronische longontsteking) te gaan. Mijn darmproblemen werden toen nog niet door opgemerkt door de hoge dosissen cortisone. Nog eens 15 jaar later werd de ziekte van Crohn vastgesteld. Was dit vroeger opgemerkt geweest, had mijn leven er anders uitgezien. Ik had gepaste medicatie kunnen krijgen, had misschien nog deeltijds kunnen werken, minder problemen met terugbetaling van bepaalde medicamenten,…”

Door te trouwen kwam ik plotseling zonder inkomen te staan en was ik het FOD meer dan 8000 EUR verschuldigd.

“Ik ben inmiddels voor 66% arbeidsongeschikt verklaard omwille van mijn ziekte. Dat betekent dat mijn verdienvermogen met 66% gedaald is. Met andere woorden: ik kan in theorie maar een derde verdienen door te werken dan een gezond persoon. In de praktijk kon ik mijn job als PAB-assistente niet langer blijven volhouden. Daardoor opende ik recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming van het FOD Sociale Zekerheid. “

“Intussen leef ik iets langer dan een jaar zonder inkomsten. Onze plannen om een huis te kopen zijn even opgeborgen. Ik heb dringend tandzorg en steunzolen nodig, maar dat zijn kosten die ik voor me uitschuif. Ik heb een kleine 100 EUR per maand aan medische kosten. Dat is heel moeilijk. “

Door het patriarchale systeem wordt je door je ziekte in een financiële afhankelijkheid gedwongen.

“Op het moment dat ik wilde trouwen met Becca gingen wij inlichten vragen bij de mutualiteit. Ze verzekerden ons dat de nieuwe situatie geen impact zou hebben op mijn inkomen. Een jaar na ons huwelijk bleek echter dat mijn vrouw een belastingvoordeel had gekregen. Daardoor was haar inkomen net te hoog en kon ik geen aanspraak meer maken op mijn inkomensvervangende tegemoetkoming. Plotseling kwam ik zonder een inkomen te staan en was ik het FOD meer dan 8000 EUR verschuldigd. Dit was een zware financiële opdoffer. Momenteel kom ik enkel nog in aanmerking voor een mantelzorgpremie, een lijnabonnement en een verhoogde tegemoetkoming op mijn medicatie.”

“Op deze momenten merk je dat de sociale zekerheid een patriarchaal systeem is. Het zijn vaak vrouwen die beroep moeten doen op een inkomensvervangende tegemoetkoming. Door je gezondheid zit je al in een minderwaardige positie in je huwelijk. Bovendien wordt er je nog een financiële afhankelijkheid opgedrongen. Ik kan op Becca rekenen, wij slaan er ons samen door. Maar niet elk huwelijk is zoals het mijne. Als je op een dag besluit om een punt achter je relatie te zetten, dan kan je dat doen, maar moet je maanden wachten tegen dat je uitkering weer in orde is. Bovendien loop je het risico dat je niet meer in aanmerking komt. Zo een risico neem je niet zomaar.”

“Mijn dag bestaat vaak vooral uit rusten. Mijn leven draait voor een groot stuk rond ziek zijn. Gaan eten is een bron van stress, omwille van het dieet dat ik moet volgen. Ik reis het liefste met de trein want er moet een toilet in de buurt zijn en dat heb je in een auto niet. Wanneer ik actief dingen doe, moet ik nadien tijd nemen om te recupereren. Maar intussen ben ik anders over mijn gezondheidstoestand gaan nadenken. Ik kan de schone momenten alleen maar meer appreciëren omdat er ook vaak mindere periodes zijn. Ik sta des te enthousiaster in het leven, ik geniet intenser, want morgen kan het weer slechter gaan. “

Opgebrand

Wat moeten we doen om burnout te voorkomen?

Maarten De Gendt is communicatiemedewerker. Hij woont met zijn vrouw en zoontje samen in Gent. Zes jaar geleden kreeg hij te kampen met een zware burnout. Hierover schreef hij een boekje. Omdat steeds meer mensen te maken krijgen met een burnout, gingen we praten met Maarten. Over de oorzaken, de gevolgen en wat we kunnen doen om burnout te voorkomen.

” Zes jaar geleden kwam ik aan op mijn werk. Ik had al telefoon gekregen over een artikel dat op het intranet moest geplaatst worden en er waren geen collega’s. Op het werk zelf werd ik dan geconfronteerd met een ander probleempje en toen schoot ik uit mijn sloffen. Ik schold mijn collega uit en liep weg. Ik was helemaal overstuur en ik kan je verzekeren: ik word zelden boos. 


Ik heb nog steeds geen idee hoelang ik rondslofte in de gangen tot een verpleegster van de verpleegpost mij tegenkwam en meenam naar een bureeltje.


Toen probeerde ik af te koelen en durfde uit schaamte niet meer terug naar mijn collega’s. Ik heb nog steeds geen idee hoelang ik rondslofte in de gangen tot een verpleegster van de verpleegpost mij tegenkwam en meenam naar een bureeltje. Daar vertelde ik dat ik het niet meer aan kon op het werk. Een echte reden was er niet. Ik had geen conflicten met collega’s en ik vond de taakinhoud ook nog steeds leuk. Maar ik kon niet meer, ik was op. “

De verpleegster zei me dat ik naar huis moest gaan en langs de dokter. Die schreef me een maand voor. Ze zei dat ik tegen een burnout aanliep. Voor mij was dat een harde klap. Ik wou niet thuisblijven, ik wou niet toegeven aan de burnout. Toen ik twee dagen later een fietser de huid volgescholden had, besefte ik dat er toch echt meer aan de hand was.
Het genezingsproces begon toen ik tijd voor mezelf nam. Maar echt letterlijk. Elke dag iets gaan doen wat me tot rust kon brengen, bijvoorbeeld. Bij mij bleek dat fietsen. Maar een maand elke dag fietsen was niet voldoende om terug aan het werk te gaan. Er was meer nodig. Dus de dokter verlengde mij ziekteverlof en stuurde me naar de psycholoog. Ik zag terug wat licht door de bomen. De psycholoog ging met mij op zoek naar de oorzaak van mijn burnout.


Dingen doen die zo in strijd zijn met je persoonlijkheid, vergen echt veel energie.

Bij mij is de grootste oorzaak mijn persoonlijkheid. Ik ben een introvert persoon en dat mag je erg letterlijk nemen. Ik heb tijd nodig om mij te kunnen afsluiten van prikkels en sociale contacten. Pas op, ik praat graag met mensen. Maar op het werk werd geapprecieerd dat we elke middag samen zouden lunchen en vanalles samen zouden doen. Ik deed dat ook plichtsbewust, maar het kostte me zoveel energie dat me dat finaal in een burnout heeft geduwd. Dingen doen die zo in strijd zijn met je persoonlijkheid, vergen echt veel energie.
Dat is voor extraverte mensen ook die een hele dag afgesloten in een bureau moeten werken zonder sociale contacten. Ook zij zullen veel sneller op een burnout afstevenen.

Uiteraard is niet alleen het kenmerk introvert voor mij de trigger geweest. Ook het feit dat ik enorm perfectionistisch ben, speelde mee. Dat perfectionisme was zo uitgesproken dat ik soms taken voor me uitschoof omdat ik dacht te weinig tijd te hebben om het perfect te doen. Maar door het net voor me uit te schuiven, kreeg ik het nog minder gedaan omdat er natuurlijk altijd maar werk bij kwam. Dat zorgde voor stress en vroeg ook veel energie.
Dat heb ik echt moeten leren om niet meer te zijn. Gewoon is genoeg. Het gaat nu een pak beter, maar in stressmomenten durft dat wel nog eens de kop opsteken. Dan moet ik daar erg alert voor zijn.


Door de grondige analyse die werd gemaakt van mijn situatie en een heleboel methodieken om mijn situatie te verbeteren en burnout te voorkomen, is dat me wonderwel echt gelukt.

En tenslotte het feit dat ik bijzonder subassertief ben. Ik kan moeilijk neen zeggen. Ook een attitude die ik heb moeten veranderen.
Door de goede begeleiding van een psycholoog, ging ik na 3,5 maand terug aan het werk. Eerst halftijds en dan terug opbouwen tot 80% . Door de grondige analyse die werd gemaakt van mijn situatie en een heleboel methodieken om mijn situatie te verbeteren en burnout te voorkomen, is dat me wonderwel echt gelukt.

Ik had een koptelefoon, ging ’s middags niet meer eten en kon me al eens afsluiten van de rest. Ja natuurlijk ging ik nog mee op etentjes of een drink na het werk. Maar ik plande dat dan goed in zodat ik de avond ervoor en erna toch wat meer rust kon hebben. Dat is niet eigen aan mensen met een burnout, dat is eigen aan mij. Dat heeft me erdoor geholpen en meer zelfs, het feit dat mijn persoonlijkheidskenmerk besproken werd met collega’s, zorgde dat ook iedereen opener werd over wat hij of zij nodig had om goed te functioneren. Dat zorgde dan weer voor een beter personeelsbeleid zodat iedereen zich goed en veilig kon voelen op de werkvloer. Heel belangrijk.


Voor mij is het het allerbelangrijkste dat de overheid werkgevers oplegt om een goed personeelsbeleid te hebben dat zorgt dat mensen met hun eigen persoonlijkheid een plaats krijgen binnen de organisatie.

Het lijkt me als overheid niet evident om burnout te voorkomen. De oorzaken zijn zo afhankelijk van persoon tot persoon. Het heeft ook niet altijd rechtstreeks met de job te maken. Ook studenten kunnen een burnout krijgen en er zijn zelfs mensen die een burnout krijgen in hun eigen relatie. Omdat het toch niet matcht of iemand op de tippen van zijn tenen zit.
Voor mij is het het allerbelangrijkste dat de overheid werkgevers oplegt om een goed personeelsbeleid te hebben dat zorgt dat mensen met hun eigen persoonlijkheid een plaats krijgen binnen de organisatie. Dat moet toch afdwingbaar zijn? Erg belangrijk in de preventie van burnout.

Er wordt de laatste tijd meer gepraat over een korte werkweek. Het is wel erg jammer dat dat dat nog geen maatschappelijk debat heeft opgeleverd. Want de wereld is wel echt veranderd. Vroeger gingen mannen werken en bleven vrouwen thuis. Dat is godzijdank nu niet meer het geval. Maar het zorgt wel dat thuis opnieuw bijna een fulltime werk ligt qua huishouden enzoverder. Dat we daar als maatschappij wel eens over moeten nadenken hoe we privé en werk in balans brengen en houden. Want dat dat burnout zou voorkomen, weet ik niet. Maar het zal wel stress verminderen. “

Wil je meer weten over het verhaal van Maarten? Lees zeker zijn blog Opgebrand

Een warm bed tegen een kil beleid

Ze werden in 2018 terecht beloond met de Prijs voor Democratie. Het “Burgerplatform voor steun aan de vluchtelingen” brengt mensen bij elkaar die onderdak willen bieden aan mensen op de vlucht. De deur van Anima Eliano uit Merelbeke staat altijd voor hen open.

“Ik heb voor het eerst iemand opvangen op 31 december 2017. Ik volgde de Brusselse versie van de Facebookpagina van het burgerplatform al, want ik had veel sympathie voor het initiatief. Maar aanvankelijk durfde ik de stap nog niet zetten om zelf iemand op te vangen. Toen er een Facebookpagina van het burgerplatform werd opgericht in Gent, heb ik de sprong gewaagd. Ik had wel wat schrik, want je kent de mensen niet en ik kon niet inschatten wat de impact op mijn leven zou zijn. Toen mijn eerste gasten arriveerden op die oudejaarsavond – 2 jonge mannen van Ethiopische origine – duurde het slechts een minuut vooraleer het ijs was gebroken en mijn angsten weg waren. Ik ben dan naar vrienden vertrokken en heb met een gerust hart mijn huis aan hen ter beschikking gesteld.”

Toen mijn eerste gasten arriveerden op oudejaarsavond duurde het slechts een minuut vooraleer het ijs was gebroken en mijn angsten weg waren.

“Intussen heb ik een 50-tal gasten opgevangen. Ik voelde dat ik door mijn engagement ook andere mensen zou kunnen overtuigen. Ik begon ook zelf vaak naar Brussel te rijden om er mensen op te halen. ’s Avonds komen de mensen die opvang zoeken en de vrijwilligers samen in het Maximiliaanpark. Het is opmerkelijk hoeveel alleenstaande moeders opvang voorzien. Misschien omdat er geen partner in huis is die het niet ziet zitten?”

“In Brussel zijn er ongeveer honderden gastgezinnen die zich engageren om mensen op de vlucht op te vangen. Dat is zeer mooi. In Gent zijn er weliswaar 500 mensen die de Facebookpagina volgen, maar leeft het nog niet zo sterk. We zouden inspanningen kunnen leveren om het initiatief beter bekend te maken. Dat burgers zich moeten engageren om mensen op te vangen is eigenlijk erg. Wij doen dit gewoon omdat de overheid tekort schiet. “

“Mijn gasten hebben niet de neiging om mij te overladen met hulpvragen. Zij voelen heel wat schroom om hulp te moeten vragen.  Velen van hen vertellen weinig over zichzelf, anderen willen graag hun verhaal kwijt.  Ze zijn vaak erg trots op hun geboorteland en hebben het soms over de dromen die ze hier in Europa willen verwezenlijken. Maar over hun vluchtreis en wat ze hebben meegemaakt in hun geboorteland blijft het akelig stil. Dat is best verontrustend. Wie weet wat hebben ze allemaal meegemaakt op hun tocht door Libië en over de Middellandse Zee.”

“De meeste van mijn gasten – die meestal uit Soedan, Ethiopië of Eritrea afkomstig zijn – hebben de bedoeling om door te reizen naar Groot-Brittannië. Ze durven hier vaak geen asiel aanvragen, omdat ze onzeker zijn over het beleid hier. In het Verenigd Koninkrijk bestaat er geen nationaal paspoort, kunnen ze anoniemer leven en er meer mensen van dezelfde origine ontmoeten.  Ik probeer hen niet van het tegendeel te overtuigen, ook al omdat mijn juridische kennis te beperkt is. Ik luister en bied een verblijfplaats, en soms verwijs ik door voor advies.”

We doen dit allemaal omdat de overheid nalaat om haar verantwoordelijkheid te nemen.

“Sommige mensen denken dat dit een hobby is van mij. Maar ik doe dit omdat ik het gevoel heb dat dit noodzakelijk en tegelijk zeer evident is. Ik ken ondertussen mensen en ik wil niet dat ze in de kou blijven staan. En toch zijn er ook momenten geweest dat het wat veel werd, en dat ik er voor koos om enkele weken niemand op te vangen. Het burgerplatform biedt wel ondersteuning. Er is een psycholoog voor de vluchtelingen, zij faciliteren de overnachtingen, geven juridisch advies… Allemaal omdat de overheid nalaat om haar verantwoordelijkheid te nemen.”

Something right to fight for

Angeline Van den Rijse werkt sinds 1996 bij het ABVV. Ze is sinds 3 jaar Algemeen Gewestelijk Secretaris van Oost-Vlaanderen. Wie haar kent, weet dat ze gepassioneerd met haar job bezig is. Lees hieronder haar vurig pleidooi voor het optrekken van het minimumloon naar 14 EUR bruto per uur. #fightfor14

“We stellen vandaag vast dat 250.000 werkende mensen  in armoede leven. Heel veel mensen kunnen de eindjes nog moeilijk aan elkaar knopen. Nochtans zou een job de beste bescherming tegen armoede moeten bieden.
Het minimumloon is momenteel veel te laag om op een deftige manier te kunnen functioneren in de maatschappij.
Bovendien is het  van 2008 gelden dat de minimumlonen nog echt stegen, daarom is het hoog tijd om het op te trekken.”


“Het minimumloon is momenteel veel te laag om op een deftige manier te kunnen functioneren in de maatschappij. Het ABVV pleit voor een minimumloon van 14 EUR bruto per uur.”

“Het ABVV pleit voor een minimumloon van 14 EUR bruto per uur. Dat komt neer op ongeveer 2300 EUR bruto per maand. Dat is meteen een forse stijging. Berekeningen wijzen uit aan dat een gezin gemiddeld 30000 euro nodig heeft om te leven. Met de huidige minimumlonen belanden zo sommige werkende gezinnen in de problemen “

“We merken dat er vele van onze militanten minder dan die 14 EUR bruto verdienen. Zelfs in sectoren die gekend zijn voor een goede verloning. En ja, daar zijn ook bedienden bij. Werk je bijvoorbeeld in een de scheikunde in een bedrijf waar niet om de 2 jaar onderhandeld wordt over de lonen, dan is de kans groot dat je nog altijd aan het werken bent aan een schamele 11 EUR bruto per uur. Wij willen hen helpen om hun koopkracht te doen stijgen.”

“Vandaag zitten we pal in de loononderhandelingen, waarbij wij als ABVV 2 eisen naar voor schuiven: het werk werkbaarder maken voor de mensen en een stijging van de lonen. Dat laatste krijgt nu veel aandacht. Volgens de huidige loonnormwet kunnen de lonen het komende jaar maximaal met 0.8 % stijgen. Daar kunnen we absoluut niet  mee akkoord gaan, want dan duurt het nog minstens  60 jaar tegen dat de laagste lonen minimum 14 EUR bedragen. Er wordt namelijk maar om de 2 jaar onderhandeld.”


“Werk je bijvoorbeeld in een de scheikunde in een bedrijf waar niet om de 2 jaar onderhandeld wordt over de lonen, dan is de kans groot dat je nog altijd aan het werken bent aan een schamele 11 EUR bruto per uur.”

“Er wordt vaak gezegd dat de loonlasten naar omlaag moeten zodat de werknemers aan het einde van de maand meer nettoloon zouden overhouden. Maar de sociale zekerheid moet ook gefinancierd worden. De winsten gaan naar de werkgevers, maar een stuk moet terugvloeien naar de werknemers én naar de sociale zekerheid. Daarom pleiten wij voor een beter brutoloon. De winsten moeten op een rechtvaardige manier herverdeeld worden. Als we dat niet doen, dan verdubbelen de miljoenen in belastingsparadijzen en de winsten van de aandeelhouders.”

“De werkgeversorganisaties gaan uiteraard niet akkoord met het optrekken van het minimumloon naar 14 EUR bruto, omdat dat hun concurrentiepositie ten opzicht van bedrijven in het buitenland zou aantasten. Maar die hele argumentering moeten we met een korreltje zout nemen. In sommige sectoren is er eenvoudigweg geen concurrentie met andere landen omdat de arbeid hier moet uitgevoerd worden, zoals schoonmaak.”


“De productiviteit van onze werknemers is hoger dan naburige landen. De vraag om werknemers meer te laten delen in de winst is dus meer dan rechtvaardig.”

“Bovendien gaan ze voorbij aan de hoge productiviteit van onze werknemers in vergelijking met naburige landen. In België levert de arbeid van onze werknemers maar liefst 20 % meer waarde op dan het EU-gemiddelde! Onze vraag om werknemers meer te laten delen in de winst is dus meer dan rechtvaardig.”

Deze tabel toont aan dat de impact per werknemer op ons BNP een pak hoger ligt dan in onze buurlanden.

Niemand buitenspel bij de Gantoise Plantrekkers

Dirk De Ridder is sinds 1995 als medewerker verbonden aan OCMW Gent. Sinds 2008 is hij daar begeleider van een sociaal project gericht op thuislozen waarbij straatvoetbal de rode draad vormt. De Gantoise Plantrekkers – de huidige naam van het project – is een samenwerking tussen OCMW Gent, Outreachend werken en de KAA Gent Foundation. Wekelijks staan er meer dan 30 mensen in precaire situaties op het veld. Een project dat haar doel dus niet voorbijschiet!

Ik wil komaf maken met de clichés en het onbegrip voor thuislozen. – Dirk De Ridder

“In 2008 had men in Antwerpen het plan om een ploeg van dak- en thuislozen op te starten en daarmee naar de Homeless World Cup Streetsoccer in Australië te gaan. Dat werd uitgezonden op TV en had meteen een grote impact. Verschillende steden volgden. Zo zijn wij in Gent met de Homeless Blue White begonnen, waar ik trainer was. We deden aan straatvoetbal en richtten ons op mensen die fysiek en psychisch kwetsbaar waren, en vaak ook met een verslavingsproblematiek kampten. In het begin was dit heel competitief, met de doelstelling om de selectie voor de volgende Homeless World Cup te halen. De hoge verwachtingen van de deelnemers en het selecteren van gasten met sterke voetbalcapaciteiten bleek echter niet het juiste recept. Onze doelgroep wordt in hun leven al heel vaak uitgesloten en teleurgesteld. Nu werken we zonder klassement, is de insteek eerder sociaal dan competitief en is onze werking veel breder geworden dan alleen voetballen.”


We werken zonder klassement. Onze doelgroep wordt in hun leven al genoeg uitgesloten en teleurgesteld.

“Vandaag zijn de Gantoise Plantrekkers veel meer dan voetbal. Het is een groepswerking voor mensen in een kwetsbare of precaire situatie. Wij gaan de mensen geen dak boven hun hoofd bezorgen of hen toeleiden naar een job. Wij bieden ze veiligheid, geven ze een boost zodat ze er weer tegenaan kunnen en weerbaar worden. Natuurlijk krijgen wij heel veel hulpvragen, maar door de sterke omkadering van het project kunnen wij vlot en correct doorverwijzen. We hebben ook een vrouwenwerking, gaan op 2-daagse, doen aan communitywerk bij andere organisaties,… Maar voetbal blijft wel de rode draad. Het is geen doel meer, maar nog steeds een belangrijk middel in het sterker maken van mensen. Het triggert veel mensen en is een echte volkssport. Hoe divers onze groep ook is, gooi een bal en iedereen speelt samen.”

“Ik wil vechten tegen het stereotype beeld over thuislozen. Wij bereiken krakers, mensen met een gerechtelijk verleden, generatiearmen en nieuwe armen, jonge gasten die bij vrienden verblijven en zelfs soms werken. Iemand die thuisloos slaapt ’s avond niet per se onder een brug. Het profiel van de thuisloze verschilt van stad tot stad. In Gent situeert de problematiek van alleenstaande daklozen zich hoofdzakelijk rond verslaving en vereenzaming, maar blijft thuisloosheid vaak onder de radar. Het enige wat hen allemaal typeert is dat het overlevers zijn. Je kan niet geloven welke zware ervaringen er allemaal in hun rugzak zitten. Incest, een kind verloren,… Het is een belangrijke taak van de hulpverlening en van de politiek om mensen daar bewust van te maken, om komaf te maken met de clichés en het onbegrip. Ik doe ook soms vrijwilligerswerk in de nachtopvang, want ik vind het belangrijk om mij bewust te blijven van de miserie waar mensen soms inzitten. En hoe gelukkig ik mij mag prijzen met het glaasje wijn ik hier zit te drinken en met het dak boven mijn hoofd.”

Onze mensen krijgen altijd een tweede, derde, zelfs vierde kans. Bij ons mogen ze altijd terugkomen.

“Basisregels binnen de groep vastleggen is een belangrijk gegeven. Voor drank, drugs en agressie is er indien mogelijk een nultolerantie bij al onze activiteiten. Dat is niet altijd evident voor onze gasten. Het gaat er soms heftig aan toe, maar we proberen altijd om samen een oplossing te zoeken. Ze krijgen altijd een 2de, een 3de, zelfs een 4de kans. Bij een terugval laten we ze niet los. We werken bijvoorbeeld ook aan een aanvaardbare attitude door hen aan te spreken op hun taalgebruik in de publieke ruimte, door hen daar opmerkzaam voor te maken en een alternatief aan te bieden. Maar met kleine stapjes merken we daar telkens een betere attitude. Dat komt omdat we in hen blijven investeren. Bij de Gantoise Plantrekkers blijven ze een kans krijgen, en gaan we er verder mee aan de slag.”

“Ik ben een straatrat en heb al wat watertjes doorzwommen. Ik ben militair geweest en cafébaas, en ben thuis in verschillende milieus. Dat helpt om met bijzonder zware problematieken om te gaan, maar is niet noodzakelijk. Een hulpverlener moet vooral over een open geest beschikken. Er zijn zo veel jonge hulpverleners die ‘the extra mile’ willen lopen en dat fantastisch doen. Ik geloof in hen. Alleen botsen wij voortdurend op de beperkte middelen en mogelijkheden binnen de hulpverlening. Onlangs hadden wij een dakloze dame die zich ernstig verwond had tijdens een match. Ze kon enkele dagen in het ziekenhuis blijven maar nadien stond ze met haar rolstoel en al haar spullen letterlijk op straat. Erg schrijnend, en dan sta je machteloos.”


De hulpverlening schiet op dit moment nog altijd te kort. Onze gasten zijn de aandacht echt wel waard, en niet alleen als het buiten koud is.

“Het één training volhouden is voor velen een eerste succeservaring. Hun traject verloopt met veel ups and downs. We zijn door de jaren heen al heel wat van ‘ons gasten’ verloren. Overleden door een overdosis of van ontbering. Anderzijds kom ik soms één van onze thuislozen tegen die doorgegroeid zijn naar een mooie job in de voetbalwereld of wekelijks training geven aan het Van Beverenplein. Maar zelfs al bouwen onze deelnemers geen spectaculaire toekomst uit, dan nog blijft die zorg voor thuislozen belangrijk. Zorg dat de nachtopvang veel toegankelijker wordt. Dat mensen zich deftig kunnen wassen en iets lekker kunnen eten. De hulpverlening schiet op dit moment nog altijd te kort. Ze zijn de aandacht echt wel waard, en niet alleen als het buiten koud is.